Terug naar Uitleg Inleiding
Naar Centrale Hal

Waarom een "ethertheorie"?

In een boekje uit 1921 : "De Relativiteitstheorie van Einstein en haar geschiedkundige grondslag" door de Oostenrijker dr. Fritz Beer, met als ondertitel "zes voordrachten voor leeken, vertaald door F. J. E." en uitgegeven door de Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur Amsterdam is te lezen dat een natuurkundige verklaring voor het draaien van een draaibank door toedoen van een ver verwijderde stoommachine er uit bestaat dat je van plaats tot plaats en van "tijddeeltje tot tijddeeltje" kan aangeven hoe de ene gebeurtenis uit de andere volgt, en zegt de schrijver dan:

"Zulk een verklaring zouden we nu graag hebben voor het verschijnsel, dat een steen, als men hem loslaat, naar beneden valt. Ge ziet, dat het antwoord: ‘Omdat de aarde hem aantrekt’, niet aan onzen eisch voldoet. We zouden wenschen tusschen de aarde en den steen iets te vinden, een middenstof, die waarneembare eigenschappen heeft, , zooals drijfriemen en riemschijven hebben, en die we als drager en overbrenger van die aantrekkingskracht konden beschouwen. Maar die is er niet, er is de leege ruimte – want een steen valt immers ook in een luchtledig gepompte buis – en de aarde wordt door de zon aangetrokken – zooals men het noemt – hoewel tusschen beide de ontzaglijke, leege afgrond van de wereldruimte gaapt.

Zooals ik zei, het groote succes van de Wet van Newton heeft er toe geleid, dat men vergat naar een werkelijke verklaring te vragen. Honderd jaar na Newton’s ontdekking, tegen het einde van de 18de eeuw, vierde deze een nieuwen triomf, toen men vond, dat ook de elektrisch en magnetische aantrekkingen dezelfde wetten volgden als de zwaartekracht. Terwijl evenwel de vallende steen voor ons allen een zoo vertrouwd iets is geworden, dat men gemakkelijk kan vergeten, hoe wonderbaarlijk het eigenlijk is, heeft de veel zeldzamer voorkomende gelegenheid, dat men een magneet uit de verte ijzer naar zich toe ziet trekken, waarschijnlijk nog niemands verwondering daarover afgestompt".

en verder:

"De Engelschman Michael Faraday is wel de eerste geweest, die de gedachte aan werkingen op een afstand heeft verworpen; het is noodzakelijk, zei hij, het bestaan van een middenstof aan te nemen, die de elektrische en magnetische krachten overbrengt. Deze middenstof heeft men ether genoemd……"

Uit deze woorden zie je dat de ether–gedachte niet ontstond om de voortbeweging van elektromagnetische straling te verklaren, waar men tegenwoordig meestal van uitgaat, maar juist om de krachtwerking op afstand door de lege ruimte te verklaren. Hoe kan de zon de planeet mars aantrekken als er tussen de zon en mars niets is!? Hoe kan een magneet een spijker aantrekken als er tussen de magneet en de spijker niets is!? Dat kan niet, is de eerste gedachte, er moet iets zijn:   ether! 
Een vanzelfsprekende aanname. Het verwerpen door Einstein van het bestaan van ether heeft de verklaring voor een krachtwerking op afstand weer tot een groter probleem gemaakt. Dat laatste is nog steeds een onaf verhaal en wat er van bekend is, de moderne natuurkunde, ziet er waanzinnig uit. Complex, te gek voor woorden, maar boeiend.

Terug  naar Uitleg Inleiding
Terug naar Centrale Hal