|
Vertaling Laten wij een onvervormbare bol met een straal R beschouwen, die ten opzichte van het stelsel-in-beweging k in rust is, en waarvan het middelpunt zich in de oorsprong van dit coördinatenstelsel bevindt. De vergelijking van het oppervlak, van deze ten opzichte van het stelsel K met de snelheid v bewegende bol, is:
De vergelijking van deze oppervlakte is, uitgedrukt in x , y , z op het tijdstip t = 0 : Een onvervormbaar voorwerp, dat, opgemeten in een toestand van rust, de vorm heeft van een bol, heeft dus in een toestand van beweging – beschouwd vanuit het stelsel-in-rust – de vorm van een omwentelingsellipsoïde met de assen Terwijl dus de Y- en Z -
afmetingen van de bol (en dus ook van ieder ander onvervormbaar voorwerp van een
willekeurige vorm) zich ondanks de beweging ongewijzigd aan ons voordoen, laat
de X–afmeting een verkorting zien in de verhouding ─ Vanzelfsprekend gelden de eerder genoemde resultaten ook voor voorwerpen die in rust zijn in het "stelsel-in-rust" en vanuit een eenparig bewegend stelsel worden beschouwd. ─ We stellen ons verder voor dat één van de klokken, die als hij in rust is ten opzichte van het stelsel-in-rust de tijd t aangeeft en als hij in rust is ten opzichte van het stelsel-in-beweging de tijd τ aangeeft, zich in de oorsprong van het coördinatenstelsel k bevindt en zo is afgesteld dat hij de tijd τ aangeeft. Hoe snel loopt deze klok gezien vanuit het stelsel-in-rust? Tussen de grootheden x , t en τ gelden op de plaats van deze klok klaarblijkelijk de vergelijkingen: en
Er geldt dus waaruit volgt dat per seconde de aanwijzing van de klok
(gezien vanuit het stelsel-in-rust) Dit leidt tot de volgende eigenaardige consequentie: als zich
in het stelsel-in-rust K in de punten A en B
gelijklopende klokken staan opgesteld en als men vervolgens de klok in A met een snelheid v
langs de verbindingslijn naar B verplaatst, dan lopen na aankomst
van deze klok in B de twee klokken niet meer gelijk, doch de klok
die van A naar B is verplaatst, loopt in
vergelijking tot de klok die vanaf het begin in B is gebleven Men begrijpt direct dat dit resultaat nog steeds geldig is indien de klok via een willekeurige polygoon van A naar B wordt verplaatst en zelfs indien de punten A en B samenvallen. Als we aannemen dat het voor een polygoon bewezen resultaat
ook voor een continue, gebogen kromme geldt, dan leidt dat tot de stelling:
Indien zich in A twee gelijklopende klokken bevinden en als men
één van de klokken met constante snelheid langs een gesloten kromme verplaatst
tot hij weer in A is teruggekeerd, wat bijvoorbeeld t
seconde duurt, dan loopt de laatste klok bij zijn aankomst in A in
vergelijking tot de klok die in A was gebleven,
|